Waarom groei soms juist ontstaat door minder te sturen
Onlangs kreeg ik een bonsaiboompje cadeau.
Een prachtig boompje. Klein, zorgvuldig gevormd en zichtbaar met veel aandacht verzorgd. Terwijl ik ernaar keek, moest ik onwillekeurig denken aan leiderschap.
Een bonsai groeit immers niet vanzelf uit tot wat hij is. Hij wordt gesnoeid, gevormd en bijgestuurd. Takken worden geleid in een bepaalde richting en groei wordt bewust beperkt zodat de boom de vorm krijgt die de verzorger voor ogen heeft.
En juist daar bleef ik even hangen; is dat eigenlijk hoe wij als leiders soms naar mensen kijken?
Want hoe mooi een bonsai ook is, hij groeit nooit helemaal zoals de natuur het bedoeld heeft.
Meteen vroeg ik me dan ook af hoeveel mensen onbedoeld als bonsai worden behandeld, terwijl ze eigenlijk bedoeld zijn om een eik, een beuk of een kastanje te worden.
Mensen met talenten die nog niet zichtbaar zijn. Met kwaliteiten en ideeën die misschien nog niet passen binnen de vorm die wij voor hen bedacht hebben.
Veel leidinggevenden beginnen hun rol met de beste bedoelingen. Ze willen medewerkers helpen ontwikkelen, talent benutten en resultaten behalen. Ze investeren in begeleiding, stellen doelen en sturen bij waar nodig. Allemaal waardevolle aspecten van leiderschap.
Daar zit ook een valkuil: Soms raken we zo gefocust op het sturen van groei dat we ongemerkt bepalen hoe die groei eruit moet zien. We hebben vaak een beeld van hoe een goede medewerker, manager of collega eruit zou moeten zien. En voor we het doorhebben, gaan we mensen ook die kant opsturen.
Net als bij een bonsai.

Wanneer goede bedoelingen groei beperken
In organisaties zien we regelmatig medewerkers die uitstekend functioneren, maar toch het gevoel hebben dat ze niet helemaal zichzelf kunnen zijn. Ze passen zich aan aan de cultuur, de verwachtingen van hun leidinggevende en de manier waarop dingen altijd gedaan worden.
Op korte termijn levert dat vaak rust en voorspelbaarheid op. Op langere termijn kan het echter leiden tot onvrede, minder initiatief, minder creativiteit en minder eigenaarschap. Mensen gaan voldoen aan verwachtingen in plaats van hun volledige potentieel te benutten.
De natuur werkt anders
Kijk maar eens naar bomen in de natuur. Geen enkele boom groeit hetzelfde. De ene zoekt het licht via een onverwachte bocht. De andere ontwikkelt een brede kroon. Een derde groeit langzaam maar blijkt uiteindelijk bijzonder sterk geworteld.
De omstandigheden beïnvloeden de groei, maar de boom bepaalt uiteindelijk zelf hoe hij zich ontwikkelt.
Misschien zit daar wel de kern van leiderschap. De taak van een leider is niet om mensen vorm te geven naar een vooraf bedacht model, maar om omstandigheden te creëren waarin mensen optimaal kunnen groeien.
Dat vraagt om een andere houding. Minder voorschrijven en meer nieuwsgierigheid. Minder antwoorden geven en meer vragen stellen. Minder controleren en meer vertrouwen.
Van vormgeven naar mogelijk maken
Dat betekent overigens niet dat leiders geen richting hoeven te geven. Mensen hebben behoefte aan duidelijkheid, kaders en verwachtingen. Maar er is een verschil tussen richting geven en bepalen hoe iemand zich moet ontwikkelen.
De programma’s van OrganisatieGroei helpen leiders om duidelijke kaders te bieden zonder mensen in een keurslijf te duwen. Richting geven is nl. iets anders dan bepalen hoe iemand zich moet ontwikkelen. Groei ziet er immers voor iedereen anders uit.
Drie vragen voor leiders
Wanneer je naar je eigen team kijkt, zijn dit interessante reflectievragen:
- Stimuleer ik ontwikkeling of probeer ik vooral gedrag te corrigeren?
- Geef ik mensen voldoende ruimte om hun eigen kwaliteiten in te zetten?
- Ben ik bezig met vormgeven of met mogelijk maken?
Het zijn vragen die soms best ongemakkelijk kunnen zijn. Maar juist daar begint vaak echte groei.
Wat betekent dit voor jouw leiderschap?
Het helpen van mensen om te groeien is prachtig. De kunst van leiderschap is echter om niet aan elke tak te trekken, maar om omstandigheden te creëren waarin mensen vanzelf willen groeien.
Misschien is dat wel het grootste verschil tussen een bonsai en een bos.
De bonsai krijgt zijn vorm van buitenaf.
Het bos ontwikkelt zijn kracht van binnenuit.
Misschien geldt dat uiteindelijk ook voor mensen.
