Waarom sterke leiders soms juist hun muur moeten laten zakken
“Ik weet het even niet.”
“Ik merk dat dit me raakt.”
“Ik heb hier een fout gemaakt.”
Drie simpele zinnen. Maar probeer ze als leidinggevende maar eens hardop uit te spreken tegen je team.
Veel leidinggevenden hebben geleerd dat leiderschap iets anders vraagt. Je moet sterk zijn. Zekerheid uitstralen. Besluiten nemen. Rust brengen als anderen twijfelen.
Dus trekken we, vaak zonder dat we het zelf doorhebben, een muurtje op.
We houden twijfel voor ons. Verbergen wat ons raakt. En als we het antwoord niet weten, proberen we dat vooral niet te laten merken.
Het voelt veilig. Maar precies daar kan het echte contact verdwijnen.
Kwetsbaarheid is iets anders dan onzekerheid
Kwetsbaarheid en onzekerheid worden gemakkelijk door elkaar gehaald.
Een onzekere leidinggevende twijfelt bijvoorbeeld aan zichzelf: Ben ik wel goed genoeg? Wat zullen ze van mij denken? Straks val ik door de mand.
Onzekerheid kan voortkomen uit een gebrek aan zelfvertrouwen, angst voor afwijzing of de vrees om niet serieus genomen te worden. Kwetsbaarheid is echter iets anders.
Je kunt juist heel stevig in je schoenen staan en tóch kwetsbaar zijn.
Sterker nog: kwetsbaarheid vraagt dat je bereid bent jezelf te laten zien terwijl je niet precies weet wat er daarna gebeurt.
Onderzoeker Brené Brown houdt zich al ruim twintig jaar bezig met thema’s als moed, kwetsbaarheid, schaamte en empathie. Zij omschrijft kwetsbaarheid als de ervaring van onzekerheid, risico en emotionele blootstelling. En juist dat laatste maakt kwetsbaarheid spannend.
Je laat iets van jezelf zien zonder vooraf te weten wat de ander daarmee doet.
Ons harnas
Brown gebruikt hiervoor een mooie metafoor: armor. Ons harnas. Zodra we ons kwetsbaar voelen, proberen we onszelf te beschermen.
We worden zakelijker. Controlerender. We houden afstand. We willen gelijk krijgen. Of doen alsof we precies weten hoe het zit.
Niet omdat we slechte leiders zijn.
Maar omdat het veiliger voelt.
Het probleem is alleen dat een harnas niet selectief werkt.
Het beschermt je misschien tegen geraakt worden, maar het houdt tegelijkertijd anderen op afstand.
En dan ontstaat er ook iets paradoxaals: hoe harder een leidinggevende probeert sterk over te komen, hoe moeilijker het voor medewerkers kan worden om werkelijk contact met hem of haar te maken.

Kwetsbaarheid vraagt juist lef
Een van de belangrijkste conclusies uit het werk van Brown is dat kwetsbaarheid geen zwakte is. In tegendeel: moed is niet mogelijk zonder kwetsbaarheid.
Denk maar eens aan wat leiderschap werkelijk van je vraagt.
- Een fout toegeven.
- Een medewerker aanspreken zonder te weten hoe die reageert.
- Feedback vragen én werkelijk luisteren naar het antwoord.
- Zeggen dat een verandering ook jou bezighoudt.
- Of simpelweg uitspreken: “Ik weet nog niet wat de beste oplossing is. Laten we er samen naar kijken.”
Daar is niets zwaks aan. Daar is juist moed voor nodig.
Laat die muur eens zakken
Kwetsbaar leiderschap betekent niet dat je ieder gevoel met je medewerkers moet delen. Ook Brown benadrukt dat kwetsbaarheid grenzen nodig heeft.
Het betekent wél dat je niet voortdurend hoeft te verbergen dat je mens bent want juist wanneer het harnas uitgaat, ontstaat ruimte. Ruimte voor eerlijkheid, voor vertrouwen, voor medewerkers die zelf ook durven zeggen wat ze werkelijk denken en voor gesprekken waarin niet alleen standpunten, maar ook twijfels, zorgen en ideeën op tafel mogen komen.
Daar ontstaat verbinding. En vanuit die verbinding kunnen mensen samen ongelooflijk veel voor elkaar krijgen.
Misschien is krachtig leiderschap daarom niet dat je altijd sterk genoeg bent om je muur overeind te houden 🙂
Misschien begint het juist op het moment dat je het lef hebt hem te laten zakken.
Bronnen / achtergrond
Brené Brown, onderzoek en publicaties over kwetsbaarheid, moed, schaamte en empathie.
Brené Brown, Dare to Lead (2018).
